Kritische overwegingen bij Hb POCT in de huisartspraktijk

Voor de huisarts is de Hb POCT praktisch omdat hij direct vervolgstappen kan zetten in zijn diagnoseproces. Voor de assistente is het een verbreding van haar werkzaamheden en de patiënt hoeft niet naar het laboratorium. Toch moet voor succesvolle toepassing in de huisartspraktijk wel met een aantal zaken rekening worden gehouden, stelt Gijs de Kort, specialist laboratoriumgeneeskunde en innovatiespecialist POCT bij Star-SHL.

De Hb POCT in de huisartspraktijk heeft brede ingang gevonden bij het vermoeden van anemie bij een patiënt. “Het gebruik ervan ligt hierbij voor de hand omdat het de huisarts snel duidelijkheid biedt”, zegt De Kort. “Kanttekening hierbij is wel dat er uiteenlopende ziektebeelden zijn waarbij anemie niet de oorzaak is maar een gevolg. Denk aan een infectie, maar ook maligniteiten. De kern is dat de huisarts snel kan bepalen of het hemoglobinegehalte op orde is, zodat hij in ieder geval weet in welke richting hij verder moet zoeken. Het is dus het begin van de verdere zoektocht, de eerste check. En de huisarts is op basis hiervan over het algemeen heel goed in staat om de waarschijnlijkheid in te schatten of de anemie het gevolg is van bijvoorbeeld een andere aandoening of wordt veroorzaakt door ijzergebrek of een tekort aan bepaalde nutriënten.”

Vingerprik

Star-SHL verricht veel onderzoek naar de tevredenheid van huisartsen met de Hb POCT. “Over het algemeen vinden de huisartsen de beschikbaarheid van deze test in de praktijk positief”, zegt De Kort. “Maar de test moet wel betrouwbaar zijn. Als de patiënt vervolgens voor verdere tests naar het laboratorium wordt gestuurd, en daar wordt opnieuw een Hb gemeten met een grote afwijking van de eerste meting, dan heeft de meting in de huisartsenpraktijk geen waarde.”

Het punt hierbij is dat de bloedafname die nodig is voor de Hb-meting gebeurt op basis van een vingerprik. “Die vereist enige zorgvuldigheid en niet iedere praktijkassistente – doorgaans degene die de bepaling verricht – is hierin even bedreven. Het vraagt om een goede incisie om capillair bloed te krijgen. Anders moet je in de vinger persen en dan krijg je plasma in plaats van bloedcellen en dus een verkeerde waarde. Wat ook wel gebeurt, is dat de eerste druppel wordt gebruikt, die een beetje verontreinigd is. En soms wordt een verkeerd lancet gebruikt. Of de patiënt heeft niet zulke goede doorbloeding in de vingers, dan is meten op deze manier niet de juiste keuze.”

Opleiding en kwaliteitscontrole

Het voorgaande maakt duidelijk dat toepassing van de Hb POCT vraagt om opleiding. “In de praktijk zien we dat wel wordt gedacht dat de assistente het eenvoudig kan, sommige leveranciers stellen dat ook”, zegt De Kort. “Vandaar het advies om Hb POCT in de huisartspraktijk altijd onder auspiciën van het laboratorium te doen. De Inspectie voor Gezondheid en Jeugd stelt zich ook op dit standpunt. Het laboratorium biedt niet alleen de vereiste opleiding, maar is er ook voor controle op de kwaliteit van de apparatuur. Daar denken praktijkvoerders niet altijd aan. De gedachte is soms: het is een soort printer, ik stop er een cartridge in en dan gaat het wel goed.”

De Kort stelt dat Star-SHL goed samenwerkt met huis­arts­praktijken voor opleiding en kwaliteitscontrole. “Maar we weten ook dat er praktijken zijn die de POCT niet via een laboratorium betrekken en daarvan weten we niet wat er allemaal misgaat.”

“Van veel applicaties zijn de sensitiviteit en specificiteit
acceptabel en leveranciers doen moeite om het gebruiksgemak van hun meters te vergroten door in de cartridge te voorzien in een capillair.”

Ict-vereisten

Toepassing van Hb POCT in de huisartspraktijk vraagt om aandacht voor de ict. De meetuitslag moet in het dossier van de patiënt worden opgenomen. “En dit ligt niet altijd voor de hand”, zegt De Kort, “die koppeling is echt wel een ding. Het is ingewikkeld en het moet veilig gebeuren. Ook dit pleit voor samenwerking met het laboratorium. Anders schrijft de assistente de uitslag op een papiertje en moet je maar hopen dat dit – handmatig – ook correct in het HIS terechtkomt. Koppeling met het HIS – of koppeling met het laboratorium zodat de meetuitslag via Edifact in het HIS terechtkomt – is dus belangrijk.”

Ook wat een ander aspect betreft zijn de meters die huisartsen krijgen aangeboden niet allemaal even goed. De Kort legt uit: “Bij een Hb-meter die een fotometrische bepaling biedt, weet je dat het analytisch gezien tot een goed resultaat leidt. Maar er zijn ook Hb-meters die op basis van het hematocriet de waarde berekenen en dit kan veel minder betrouwbaar zijn. Verschillende publicaties wijzen hierop. In 2015 verscheen een richtlijn van het Nederlands Huisartsen Genootschap(1) in samenwerking met de Stichting Artsenlaboratoria Nederland en twee wetenschappelijke verenigingen, die veel nuttige informatie bevat. Ik vermoed echter dat niet alle huisartsen van deze richtlijn op de hoogte zijn.”

Verbeteringen

Toch ziet De Kort wel dat de kwaliteit van de beschikbare apparatuur over het geheel toeneemt. Hij vertelt: “We hebben zeven jaar geleden een verificatieronde gedaan om de kwaliteit van bepaalde apparatuur in kaart te brengen en recent weer, op basis van hetzelfde protocol. Daaruit hebben we geconcludeerd dat de analytische kwaliteit beter is geworden en voldoende om in de huisartspraktijk toe te passen. Van veel applicaties zijn de sensitiviteit en specificiteit acceptabel. Bovendien doen de leveranciers echt moeite om het gebruiksgemak van hun meters te vergroten door in de cartridge te voorzien in een capillair. Ook het plaatsen van de cartridge is veelal eenvoudiger geworden. Belangrijk, want de gebruikers zijn geen geschoolde analisten”.

Als een huisartspraktijk zelf een POCT-analyser aanschaft, is het goed na te gaan of het de investering waard is. Dat is lang niet altijd het geval, concludeert De Kort. Bovendien ontbreekt dan de achterliggende ondersteuning van het laboratorium. “Betrekt de huisarts echter de meter van het lab, dan regelt het lab verder alles”, zegt hij. “Omdat de vergoedingen voor de POCT meestal niet kostendekkend zijn, vormt deze tak van de diagnostiek vaak een verliespost. Aangezien POCT in het zorgproces vaak een duidelijke toegevoegde waarde heeft, zou het billijk zijn om de vergoedingen meer in lijn te brengen met de kosten.”

1) https://www.nhg.org/sites/default/files/content/nhg_org/uploads/final_richtlijnpoct_2015lmlres.pdf

Meer lezen? Schrijf u in voor de tweewekelijkse POCT.nl nieuwsbrief!