Meteen naar de inhoud

Verordening in-vitro diagnostica heeft ingrijpende consequenties

Alle testen met lichaamsmateriaal vallen onder de IVDR

De Europese verordening voor in-vitro diagnostica In Vitro Diagnostics Regulation (IVDR) treedt per 26 mei aanstaande in werking. Precies een jaar na de intrede van de Europese regelgeving voor medische hulpmiddelen. De IVDR heeft ingrijpende consequenties voor het ontwikkelen van in-vitro diagnostica en voorspellende diagnostische tests, waaronder dus ook veel point-of-care-tests.

De nieuwe regelingen zijn in beginsel bedoeld om de patiënt te beschermen. Dat dat nodig is, bleek uit het schandaal met de PIP-borstimplantaten waarbij goedkope industriële gel is gebruikt in plaats van medische siliconengel. De implantaten gingen lekken en wereldwijd werden honderdduizenden vrouwen ziek. Vanaf dat moment werd duidelijk dat het anders moest. In de bestaande richtlijnen werd een minimumaantal eisen gesteld en was er nauwelijks toezicht op keuringsinstanties. Zo verkreeg het tv-programma Radar certificatie voor een bekkenbodemmatje gemaakt van een mandarijnennetje.

Langdurig traject
De Europese Unie ging stevig aan de slag met het opstellen van nieuwe verordeningen voor medische hulpmiddelen en in-vitro diagnostica. Een zeer langdurig traject dat in 2017 heeft geleid tot de Europese regelgeving voor medische hulpmiddelen (MDR) en de Verordening (EU) 2017/746 betreffende medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek (IVDR): twee vergelijkbare regelingen. De MDR (Medical Device Regulation) is bestemd voor algemene medische hulpmiddelen (van naalden tot MRI-scanners). Hoewel dus reeds in 2017 vastgesteld, is deze pas per 26 mei 2021 ingegaan. Zo hadden fabrikanten voldoende tijd om hun producten aan te passen. 

Dat geldt ook voor de Europese verordening voor in-vitro diagnostiek (IVDR). Deze gaat in op 26 mei 2022. De IVDR komt in de plaats van de IVDD (ofwel In Vitro Diagnostics Directive) uit 1998, maar is vele malen uitgebreider en specifieker. 

Menselijk lichaamsmateriaal
Wat valt er onder de IVDR? In de eerste plaats alle medische hulpmiddelen voor in-vitro diagnostiek die met menselijk lichaamsmateriaal worden gebruikt voor het uitvoeren van diagnostische tests, zoals reagentia, kalibratiemiddelen en reageerbuisjes. Daarbij gaat het ook om een groot aantal point-of-care-testen, zoals bloedglucosemeters, zwangerschapstesten, corona-zelftests. 

Software
Maar de verordening omvat meer dan dat. Ook de software die wordt gebruikt bij in-vitro onderzoek die medische informatie biedt over een aandoening of behandeling valt onder de IVDR. Dit kan bijvoorbeeld gaan om vormen van artificial intelligence (AI). AI wordt steeds meer ingezet bij de diagnostiek in de medisch-specialistische zorg, bijvoorbeeld voor het opsporen van aandoeningen als kanker, hart- en vaatziekten of MS. Tot slot is de IVDR ook van toepassing op hulpmiddelen voor het verzamelen en bewaren van menselijke lichaamsmonsters voor in-vitrodiagnostiek. 

Fabrikanten 
De IVDR heeft met name grote impact op de fabrikanten van deze producten. In de meeste gevallen moet voortaan een notified body (onafhankelijke derde partij) worden ingeschakeld om de in-vitro diagnostica te beoordelen voordat deze de markt op mag. De IVDR heeft een nieuw systeem voor risicoclassificatie (vergelijkbaar met de MDR) met vier risicoklassen. De classificatieregels houden rekening met factoren als het doel van de test, de aard van de ziekte, het risico, het type lichaamsmateriaal. Alleen klasse A (de laagste klasse) in-vitro diagnostica kan voortaan nog worden gecertificeerd door middel van self-assessment (dus zonder notified body).

In-vitro diagnostisch hulpmiddelen in klasse B (zoals een zwangerschapstest), C (bijvoorbeeld een bloedglucose-zelftest) of D (bijvoorbeeld een Hiv-diagnostische bloedtest) vallen onder een certificatietraject waarbij een notified body een conformiteitsbeoordeling moet uitvoeren over het product. Dat betekent dat onder de nieuwe regelgeving het aantal in-vitro diagnostica waarvoor de fabrikant goedkeuring moet hebben van een notified body veel groter is (zo’n 85 procent) dan onder de oude regelgeving (ongeveer 7 procent). Pas wanneer de producent in het bezit is van het certificaat dat is uitgegeven door de notified body mag hij de CE-markering aanbrengen en het product op de markt brengen. De CE-markering moet altijd vergezeld zijn van het identificatienummer van de betrokken notified body

Distributeurs
Distributeurs, zoals groothandels, apotheken en drogisten, krijgen onder deze regelgeving meer verantwoordelijkheid. Zij moeten controleren of er een CE-markering aanwezig is, of de gebruiksaanwijzing is meegeleverd en of de importeur voldoet aan de eisen. Dat kan middels een representatieve bemonsteringsmethode. Daarnaast zijn distributeurs verantwoordelijk voor correcte opslag en transportomstandigheden van hulpmiddelen.

Laboratoria en zorginstellingen
Medische laboratoria krijgen met de IVDR te maken omdat ze gebonden zijn aan reagentia met een CE-markering. Dit zal nog weleens tot problemen leiden, omdat fabrikanten door de strenge eisen er nu voor kiezen om sommige reagentia niet meer aan te bieden, omdat het niet interessant is om er zoveel energie in te moeten steken. Wanneer een laboratorium/zorginstelling zelf in-vitro diagnostica heeft ontwikkeld, hiervoor de eigen reagentia produceert en gebruikt, gelden er overigens veel minder strenge voorwaarden. 

De veiligheidseisen en prestatie-eisen (in bijlage I van de IVDR) zijn altijd van kracht. Onder bepaalde voorwaarden is de rest van de IVDR echter niet op een producerende zorginstelling van toepassing, met name voor de in-house developed tests, die alleen bedoeld zijn voor gebruik in het eigen laboratorium. De volledige tekst van deze negen voorwaarden staat in artikel 5, vijfde lid, van de IVDR (zie pagina 19). Let wel: de zorginstelling moet aan allevoorwaarden voldoen. Dat vergt een nauwkeurige aanpak. Daarom heeft de wetenschappelijke vereniging van de (medisch) laboratoriumspecialisten in Nederland een taskforce in het leven geroepen. Deze taskforce heeft een document opgesteld, dat ingaat op alle voorwaarden van de IVDR ten aanzien van de ontwikkeling en het gebruik van in-huis ontwikkelde in-vitro diagnostische testen. 

Overgangsperiode
De regelgeving was in 2017 gereed. De MDR is vorig jaar in werking getreden en de IVDR dus per 26 mei aanstaande. Daarnaast geldt er nog een overgangsperiode. Dat betekent dat de meest risicovolle producten met een ‘oud’ CE-certificaat verkocht mogen worden tot 26 mei 2025, de minst risicovolle tot 26 mei 2027. 

Gevolgen voor POCT
Wat betekent dit alles nu voor de point-of-care-tests? Waarschijnlijk is het grootste verschil de betrouwbaarheid van zelftesten. Zo vielen de corona-zelftesten onder de huidige Europese regelgeving niet onder hoogrisicogroepen en hoefden daarom niet fysiek te worden getest door een notified body. Dit heeft tot gevolg dat er ook onbetrouwbare corona-zelftesten op de markt zijn. Vanwege de overgangsperiode zijn deze trouwens voorlopig nog verkrijgbaar, Follow the Money heeft daar een interessant artikel over geschreven. Onder de nieuwe regelgeving zullen de zelftesten grotendeels eerst een certificatietraject moeten doorlopen alvorens ze op de markt mogen verschijnen. Dat is een lang en kostbaar traject en dat kan ertoe leiden dat leveranciers selectiever omgaan met hun POCT-aanbod en sterk afwegen voor welke tests ze wel en niet zo’n traject willen ingaan.

Meer lezen? Schrijf u in voor de tweewekelijkse POCT.nl nieuwsbrief!

Financiering medische apps: een doolhof

De weg naar financiering van medische apps verloopt vaak door een doolhof van voorwaarden, regels en definities. Enkele informatiekaarten van de NZa kunnen de weg wijzen.

Mis nooit meer het belangrijkste POCT nieuws!

Elke twee weken in 10 minuten op de hoogte van het laatste nieuws en trends over Point-of-Care Testing.

Mis nooit meer het belangrijkste POCT nieuws!

Elke twee weken in 10 minuten op de hoogte van het laatste nieuws en trends over Point-of-Care Testing.